D. Financiering

Inleiding

  1. Algemene inleiding

De uitgaven en inkomsten van de gemeente lopen niet synchroon in de tijd. Soms leent de gemeente geld om tijdig betalingen te kunnen verrichten en soms heeft ze (tijdelijk) overtollige liquide middelen. Al deze geldstromen lopen via de treasuryfunctie, die de gemeente bij de Bedrijfsvoeringsorganisatie West-Betuwe heeft ondergebracht.
De uitvoering van de financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders die zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden, afgekort Wet fido. In deze wet zijn regels opgenomen voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie bij de decentrale overheden. Op basis van deze regelgeving heeft de gemeente twee belangrijke instrumenten op het gebied van de treasury.
Ten eerste staan de spelregels en verantwoordelijkheden voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie in het treasurystatuut. Dit statuut is geschreven om zoveel mogelijk de financiële risico’s te beperken.
Ten tweede wordt jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening een financieringsparagraaf geschreven. In deze paragraaf komt het concrete beleid aan de orde, waarbij in de begroting de nadruk wordt gelegd op de plannen voor de toekomst en in de jaarrekening een verantwoording van het afgelopen jaar.

  1. Rentevisie

Bij het nemen van beslissingen in het kader het aantrekken van geldmiddelen is het van belang dat de actuele ontwikkelingen op zowel de geld- als de kapitaalmarkt nauwlettend worden gevolgd. Als informatiebronnen zijn gebruikt de financieel economische berichtgevingen uit het “Financieel Dagblad”, het wekelijks economische beeld van de huisbankier, de Bank Nederlandse Gemeenten, en de rentevisies van andere (grotere) financiële instellingen.

Op basis van deze visies kan in het algemeen het volgende over de rentevisie worden opgemerkt (stand van zaken medio augustus 2019).

De verwachting is dat de lange rentetarieven een stijgende tendens vertonen. Onder analisten is er geen overeenstemming over hoe sterk de stijging van de rente wordt. Wel zijn ze er over eens dat de lange rente zich nog steeds op een zeer laag niveau zal bewegen. Dit betekent dat de voorspelling voor medio 2020 voor de tienjaars Staat varieert van -/- 0,30% tot +/+ 0,30%. Op dit moment bedraagt deze rente -/- 0,584%.

Voor de korte rente is als meetpunt de driemaands Euribor aangehouden. De verwachting is dat dit percentage in zowel 2019 als 2020 negatief blijft en zich zal stabiliseren op een percentage van rond de -/- 0,40%. Op dit moment bedraagt de driemaands Euribor -0,420%.

ga terug